Oorsprong
Oorspronkelijk zijn de bewegingen van tai chi gevechtshandelingen, gebaseerd op
de oosterse leer van yin en yang, van drukpunten en meridianen.
Stijlen
Er bestaan binnen het tai chi verschillende groepen, stijlen genaamd, namelijk
de Chen-, Yang-, Wu-, Wu- en de Sun-stijl, waarbij de Yang-stijl voornamelijk
langzaam wordt uitgevoerd en de Chen-stijl ook explosieve momenten in zich heeft.
De bewegingen worden in een vaste volgorde uitgevoerd. De tai-chibeoefenaren
spreken van "De Vorm". Elke stijl kent zijn eigen vormen, die van leraar op
leerling worden overgedragen. Een vorm helemaal doorlopen duurt 3 tot 20 minuten.
De langzame bewegingen, die vanuit de buik en vooral zeer ontspannen uitgevoerd
worden, zijn kenmerkend voor tai chi.
Tai chi als vechtkunst
Hoewel, met name in het Westen, de nadruk bij veel tai-chibeoefenaren ligt op
het gezondheids-aspect van tai chi en het 'slechts' als bewegingsleer wordt gezien,
zijn er ook beoefenaren die deze kunst beoefenen om haar effectiviteit als
zelfverdedigingskunst. Met name in de Chen-stijl is de nadruk op het zelfverdedigings
aspect veel sterker aanwezig dan bij bijv. de yang-stijl. De vormen worden vaak dieper
uitgevoerd, waarbij men dus meer door de knieƫn zakt en zo beter de balans leert te bewaren.
Bij tai chi als zelfverdediging ligt de nadruk met name op het verstoren van de balans
van de tegenstander, door in de beweging van de tegenstander mee te gaan en deze te
neutraliseren. Daarbij is het behouden van het eigen evenwicht uiteraard van groot belang.
Op het moment dat de tegenstander uit balans is gebracht, kan eventueel een tegenaanval
worden ingezet. |